Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Stage / Coschappen

Zaaknummer AC 1604 6280: Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica

Verweerster heeft aan appellant de voortijdige beëindiging van zijn onderzoeksstage bevestigd, en heeft appellant tevens de mogelijkheid geboden om zijn stage af te ronden door beoordeling van het afgeronde deel van zijn stage en het doorlopen van een aanvullende stage van vier weken.

Het College acht het, gelet op het verhandelde ter zitting en de weergave van feiten in de stukken, niet onaanvaardbaar dat de stage van appellant is beëindigd wegens het gebrek aan contact en het niet naleven van afspraken en deadlines. Het beëindigen van een stage als deze is een ingrijpende maatregel. In het bestreden besluit heeft verweerster zich daarvan naar het oordeel van het College voldoende rekenschap gegeven en appellant de mogelijkheid geboden om een korte aanvullende stage te doen en aangeboden dat zijn stageverslag van zijn afgebroken stage alsnog beoordeeld zou worden. Het College acht deze uitkomst niet onredelijk.

Beroep ongegrond.

AC 1604 6280 2016

Uitspraak CBHO inzake AC 1604 6280

CBHO 2016 129

Zaaknummer AC 1604 22096: Faculteit der Geneeskunde

Verweerster heeft aan verzoekster bekendgemaakt dat zij als gevolg van een onvoldoende resultaat voor het co-schap IHK1-kindergeneeskunde kan starten met het co-schap IHK1-interne geneeskunde en dat zij als gevolg hiervan dient over te stappen van de doctoraalopleiding naar de masteropleiding. Verzoekster vraagt als voorlopige voorziening dat de voorzitter bepaalt dat zij alsnog met haar co-schap Chirurgie kan beginnen.

De voorzitter is van oordeel dat in dit geval in het midden kan blijven of tijdig beroep is ingesteld tegen de toekenning van het cijfer 5 voor het onderdeel PG. Ook voor het geval moet worden aangenomen dat verzoekster tijdig is opgekomen tegen deze beoordeling, ziet de voorzitter geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Gelet op de terughoudende toetsing waarmee het College van Beroep voor de Examens dient te volstaan bij een beroep tegen een beoordeling, zal het eindcijfer 5 voor het co-schap IHK1-kindergeneeskunde naar het voorlopig oordeel van de voorzitter de toetsing door het College kunnen doorstaan. De voorzitter ziet dan ook geen ruimte om in te grijpen in het co-schap-programma van verzoekster op de wijze als verzoekster heeft voorgesteld.

Voorts heeft verweerster naar het voorlopig oordeel van de voorzitter op juiste gronden beslist dat verzoekster, na het onvoldoende resultaat van haar co-schap IHK1-kindergeneeskunde, het gehele IHK-1 co-schap over moet doen.

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

AC 1604 22096 2016

Zaaknummer AC 1604 22106: Faculteit der Geneeskunde

Verweerster heeft aan appellante bekendgemaakt dat zij een onvoldoende voor het coschap IHK1-kindergeneeskunde heeft behaald en voorts dat zij als gevolg van een onvoldoende resultaat voor het coschap een vervangend coschap IHK1-interne geneeskunde met een voldoende dient af te ronden, voordat zij verder kan met de overige coschappen uit haar programma.

Het College is van oordeel dat het cijfer 5 voor het onderdeel PG onvoldoende is gemotiveerd. In de beoordeling van het coschapboekje wordt slechts melding gemaakt van het feit dat in het boekje veel is gewit, dat een beoordeling ontbreekt, dat het “volstrekt rommelig” is en “niet goed te beoordelen (tieners)”. Het College acht deze beoordeling van het PG onvoldoende gerelateerd aan de beoordelingscriteria zoals deze vermeld staan in het coschapboekje.

Voorts heeft het College vastgesteld dat appellante om een herbeoordeling heeft gevraagd. Na het verzoek om herbeoordeling heeft appellante een gesprek gehad met de examinator, maar deze heeft niet nader gemotiveerd waarom hij een onvoldoende heeft toegekend voor PG. Evenmin heeft verweerster in het verweerschrift nader uiteengezet waar de onvoldoende voor PG op gebaseerd is. Voorts heeft verweerster ervoor gekozen niet ter zitting van het College te verschijnen om een toelichting te geven. Onder deze omstandigheden moet het ervoor worden gehouden dat het besluit van 23 maart 2016 niet zorgvuldig is voorbereid en voorts onvoldoende is gemotiveerd. Nu het besluit van 23 maart 2016 niet in stand kan blijven kan het besluit van 26 april 2016 evenmin in stand blijven.

Beroep gegrond.

AC 1604 22106 2016